40.
‘Heer,’ sprak Orkaan, - ‘ik laak den vuurgloed niet,
Die vonkelt uit zoo schitterende woorden,
Wanneer hij aan een vol gemoed ontschiet,
Waar hoop of vrees nog nooit één denkbeeld smoorden;
En zoo Argant zijn Vorst een andwoord biedt,
Van vrijer toon en inhoud dan behoorden,
't Zij hém vergund! wijl zijn voorbeeldloos staal
Niet afsteekt bij de stoutheid van zijn taal!