78.
Dus droomt zij zich in 't aardsche tranendal
Een Paradijs - zóó kan de hoop vervoeren! -
Maar als zij peinst hoe zij ontvluchten zal,
Voelt zij door nieuwen kommer zich ontroeren,
Want o, zij weet, dat boven op den wal
En vóór 't paleis ontelbre wachters loeren,
En dat alleen bij d' allerhoogsten nood
In oorlogstijd een stadspoort zich ontsloot.