73.
Maar mooglijk, waar deez' scharen U omringen,
Wordt door hun arm uw kranke hoop gestut?
De volken, die ge afzonderlijk kost dwingen,
Waant ge, ook vereend, gemaklijk uitgeschud?
Ofschoon de krijg, na zooveel worstelingen,
De kracht uws volks ter helft heeft uitgeput,
Ofschoon U ook een nieuwe vijand nadert,
Als Mitzraïm zich tegen U vergadert!