19.
Maar hij verschijn'! Geen onraad zal hem deeren;
Een vrijgeleî beschermt hem overal.
Geen voordeel wacht - dit wil ik gaarne zweeren -
Den kampioen, die 't met hem wagen zal!’ -
Hij zwijgt. De Bode haast zich weêr te keeren
Langs de eigen baan naar Salems vestingwal:
Daar stijgt hij af met rood bebloede sporen,
En snatert den Cirkassiër in de ooren: