95.
Herminia, ofschoon heur zorgen deinzen,
Is niettemin nog altijd bang te moê;
- ‘Straks wordt ge ontdekt!’ zóó stormen haar gepeinzen:
‘Ach! 'k zie eerst nu wat dwazen stap ik doe!’
Maar bij de poort weet zij haar vrees te ontveinzen;
Op vasten toon roept zij den wachter toe:
- ‘Ik ben Klorinde! Er mag geen tijd verloopen,
De Koning zendt me: in 's Konings naam, doe open!’