16.
Hij spreekt: ‘Buljon! het gunstig jaargetij',
't Saizoen des krijgs, is eindelijk verschenen!
Wat mart gij dan met heel uw heldenrij?
Moet Salem steeds in ketens blijven weenen?
Beleg den Raad! en, Gunstling Gods, zoek gij
De weifelaars tot d' arbeid te vereenen!
Gij zijt bestemd tot Leidsman van dit heir:
God wenkt, en elk buigt willig voor U neêr.