32.
De grijzaard zweeg. Maar wie kan U weêrstaan,
O Heilge Geest, als ge op uw duivenveedren
Ons tegenwaait? - Gij bliest den Kluiznaar aan,
Gij deedt zijn woord den Riddren 't hart verteedren.
Macht, Vrijheid, Eer, elke' aangeboren waan,
Verloochnen ze, in vrijwillig zelfverneedren;
En Welf en Willem - de Oudsten - roepen luid
En allereerst Buljon als Koning uit.