16.
Hij heet Olinde, en zij - Sofronia.
Één stad en één geloof vereenigt beiden.
Hij slaat haar steeds met stille smarte gâ:
Veel wenscht hij, weinig hoopt hij, en bescheiden
Gelijk zij schoon is, durft hij 't zalig Ja
Niet vragen, maar - blijft lijden en verbeiden.
Zóó heeft reeds lang de droeve om haar gesmacht,
Die hem niet ziet, niet kent, - misschien veracht!