67.
Met stille pracht versieren Dudoos vrinden
Zijn katafalk en vorstlijk lijkgewaad:
Hun tranen om 't verlies des welbeminden
Verdubblen nog, als Godfried vóór hen staat.
Maar deze weet zijn droefheid in te binden,
En toont een bleek maar onbewolkt gelaat.
Hij staart een wijl, in diep gepeins verloren,
Den doode in 't oog, en laat zich eindlijk hooren: