15.
'k Vraag niets, en weiger niets. Word ik verkoren,
Dan zult gij zeker van het Tiental zijn!’ -
Nu gaat Eustaats, en streelt zijn makkers de ooren,
En kleedt zijn wil in woorden van satijn.
Maar ook Gernant wenscht zich den staf beschoren,
Want schoon ook hem de zoete minnepijn
Der anderen de ontvlamde borst doorgriefde,
Zijn eerzucht is nog grooter dan zijn liefde.