35.
De naam des helds jaagt schrik in Rambouts aadren:
Zijn kleur verschiet. Maar hij herstelt zich weêr:
- ‘Dwaas!’ zegt hij, ‘durft ge Armides burchtslot naadren?
't Is 't voorportaal van 't bleeke schimmenheir!
Hier stuiven als verdorde najaarsblaadren
Uw krachten weg, hier valt uw hoofd ter neêr:
En heden nog zal ik het Godfried zenden,
Ten feestgeschenk voor zijn getrouwe benden!’