Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

An de Minnaars.Toon: Si tanto Gratioza.IV. GHy, Minnaars, wien de vonken Van ‘t albeschittrend vuir, van liefd, doet blaaken: Bezie, de lodde lonkken, Van zulk verweend gezigt, en kraale kaaken, Daar, in ‘et pit, De Deugde zit Te prijkken, en te glooren, Met schoon gewaaden Gecierd en overladen Na behooren. Kiest, mach uw’ keur gebeuren, Zodanig een, daar Deugd, en ‘t zeedig leeven

De keur, niet doet betreuren; Maar eer, de Ziel, een zoet vernougen geeven: Want daarmen trouwd, Om goed om goud, Verliestmen rust, en wellust; Tgeld, schuifd met zugten, En bange ongenuchten In een quellust. Maar Deugd, zal nooit vervliege, In ‘t stantvastig, in Deugdgelijfde, harte: Geen schijn kan haar bedriege, Nog duldelooze pijn, en loutre zmarte: Want Deugd krijgd klem, Door kraft, door stem En leevende manieren: Prijst zulke Vrouwen, En wilts in waarden houwen Die Deugd cieren. Men is zo ligt bedroogen, Wanneermen huiwd’ de schoont, aan swufte klompen;

Die, schoon en mooi voor oogen, Niet laten na’e dan leelijk ziende rompen; Maar ‘t schoon gelaat, Op Deugden maat Geschoeit, geeft lust en leeven, Die zoete hartjes, Zullen, voor bittre partjes, Heunig geven Zoet, is, zmaaklijk.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove