Z.
ZAl een trouwen Minner, ‘t minnen,17
Zuivre Godinne, u Zlaaff leid gebogen,32
Zal nimmer, schone Zon,67
Z’is een Zwijn in’t morzig leeven,98
Zy is een enge fles, vol water, daar veel Egelen,101
Z’is een puikkroon, aller kroonen,107
Zoete min! ag! hoe dartel speeld u vlam,115
Zarpzoete Tooveres, die my met uwen oogen.176