Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Toon: Jannetton. of: Galathea geestig Dier. VLugge Nimfjes van ‘et Spaar, Aertig, zoet, en lustig,

Mooie Meisjes allegaar, Wonder fix en rustig: Hoe komt dat gy ons zo troond, Daar gy aan ‘et water woond, Weetge niet dat golven, Tbrandend viertje dolven? Ai wat kal ik; neen, wanneer ‘Zavonds in de duister, Mennig Vrijer neemd zen keer Na zen Zieltjes luister: Doet hem, bid ik, haastig op, Met de allereerste klop; Of hy zou ‘t ontzluipen En int Spaar verzuipen, Want zo haast een heete koorts Stijgt in’t bloed en harzzen Met ‘er brand, zo rendze voords Om hem af te parzzen, ‘t Gloorend glommen in zen Borst. Groote brand, wekt grote dorst

Hy, om die te koelen/ Zou in’t Spaar hem spoelen. En door zwelgens gulzigheid Zouw hy ligt verzmooren: Gulzigheid heeft veel verleid, Hier waart wis beschooren. Meisjes volg dan mijnnen raad, Laat niet wagten op de straat, Anders, tzou gebeuren Datge ‘t zou betreuren. Naklagen helpt niet.

Nu Nimfjes, wenge my niet hartelijk bedankt Voor zulk een raad, ik zeg, je doet dan lijk een fankt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove