Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Toon: Serbande. Of: Nu sich ondanckbaer, &c. LIefste Adony, mijn Zieltje, mijn leven, Sterfje, elaes! voor mijn oogen de doodt? Sultge u nu tot ‘et reysen begeven, In Charons ouden versletenen Boot? O! Helsche dry Godinnen wreedt en straf, Waerom snijdt ghy mijn Lief ‘et leven af; Agh! waerom hebje nu mijn lust en vreught Genomen, in sen allersoetste jeught? 2Agh! Agh! Cupido beschouw hier u moeder, Sie eens ‘er treurigh en droevigh gelaet: Isse niet altijdt geweest u behoeder? Waerom beloontge haer nu met een quaedt, Een quaedt, een schellem-stuck, een groot verdriet? Dat is, dat ghyme nu soo deerlijck schiet, Daer, die my minne sou, verslagen leydt. Agh! wat een druck elaes! is my bereydt.

3Adony, soetert, hoe liggen u wangen Noch maer besturven gelijck als een blom? Daer ick wel eertijts na plagh te verlangen, En altijdt waren my soo wellekom; Ay! glinst’rent light. Ha! soete lieve mondt, Ghy hebt mijn Zieltjen innerlijck gewondt: Ghy hebt mijn minnent hart tot u bekoort, En nu ick lieven sou leght ghy vermoort. 4Mocht ick Adony nu heden oock sterven, En met u reysen de sellefde baen: Dan soud’we te samen de soetigheyt erven, Die op die wegen in swange sal gaen. Agh! moght mijn Zieltje nu in uwe schoot Beproeven oock met u de felle doodt, Soo waer ick oock met eenen uyt de pijn, Daer ick elaes! nu eeuwigh in moet zijn. Wie dat verlooren heeft sijn hoop’, sijn soet vertrouwen, Sijn stut en fondament, sijn grondt om op te bouwen, Een altaer van de Min, een Lust en vreugden-rijck: Al zijn sen klachten groot, hy heeft geen ongelijck. Dat hy klaeght.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove