Toon: Als Atalanta Doden maakte.
TOen Cupido zijn zwinbre pijlen Na de borst dee ylen, Van Tirzis, wier zijn koele ziel onsteken met een brand,
Een heeten gloed// die zijn gemoed, tot Min kon vijlen, Dies hy nu klaagd// en zoekt en vraagd, om hulp en onderstand. Maar Galathe zijn hart vermaken, Kan ‘et gloorend blaken Van zijn wijtlufte vlam verdooven, door een enig woord: Dies Tirzis zugt// met naar gerucht, om eens te zmaken Den heil en baat// waar op dat staat// wat totzen leven hoord. Maar Galathe nog niet getroffen Laat ‘er niet verbloffen Ze schreid, ze rend zoo veerdig voor ‘er ziekke Tirzis heen: Hoe meerze loopt// en ‘t veld deursloopt hoe meer ‘tversloffen, Op hem min vat// maar hy zoo rad; die volgt ‘er met gebeen. Ai Galathe sta stil van vlugten, Laatme niet meer zugten,
Keer weer: de armen van u Tirzis staan al opgespard, Om u, mijn kroost// mijn heul en troost, met duisend vrugten Van liefd en Min// als mijn Goddin, te eeren inmen hart. Ze liet door zulk een wichtig spreeken Haar versteendheid breeken; Dies staatze stil en zegt al hijgend; ach! mijn Tirzis ach! V heusze Trou// die doetme nou, bewijzen ‘t teken Van weederliefd// die my doorkliefd, ik groet u met een lach. De goede Tirzis aarzeld needer, Zy verheft hem weder; Hy zei, ô schone, nooit volpreeze ongemeene Maagd; Reik my u hand// tot een verband, zo zaft en teeder, V poesle le’en// zijn my gemeen, indien ‘et u behaagd. Zy door een zoeten lonk gezonden Na zen binnegronden, Verwittigd hem genoeg ‘er liefde en oprechte Trou. Daar schaakkeld’ toen// van zoen op zoen, de zuivre Monden Een echte struik// wiens dartle pruik, heur maakte Man en Vrou. Al om een.
Cookies on Poetry Cove