Toon: Brande Pierre.Aan: K...
ONvolgbre Maagd! ô zuivre Bloem,
Puik kroone vande Ieugd:
Wien ik voor al de weereld noem,
Om ‘tglommen van uw’ Deugd,
Betaal mijn lonkken,
Met Liefdeflonkken.
Pruikt u zoete zinn’,
Met iets, het gun ik Liefde noem.
Of anders, zuivre Minn’.
‘Tis schande, wen een jonge Maagd
Tot die, haar bemind,
Geen tokkeling, of weermin draagd,
Of immers, z’is verblind.
Zo zafte leeden,
Verglaast met reeden// idel als een wind!
Ontglanst van Minn; als afgezaagt,
‘t Is wonder; zomen ‘t vind.
Laat schoonheid zijn met Min gepaard,
Zoo heeft de schoont’er gloor,
En, bruiktze; wijl’er maar bestaard
Een, die ‘er geeft gehoor.
Geen schoonder weezen
En kanmen leezen// zo mooi opgetooid,
Als daar ‘er weezen, liefde baard,
‘t Gun ‘t weezen zo vermooid.
Nut is Noodig.