Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Toon: Maar ziet! zy zluit. HOe zout’er gaan! Zittekussen, of staatregierigs kussen.Wen tgooregoed op’t kussen Te regt voortaan,

Zen eigelust mogt blussen! Ian alleman, Die niet en kan Dan klinken En drinken Geduirig an, Beget was dan gien Hann’. Hy zouw ‘t geznap, Wat datme zei, niet agte: Wijl hy zijn kap Laat vulle, vol en zagte. Nou knord hy staag, Meest alledaag; De heeren, Die leeren, Zeid hy, ien plaag’ Ik ziet; hoewel niet graag. Indienme zoekt, Van Ian, de grod te weeten; Hy schreemd en vloekt,

Regt, off hy waar bezeeten. Ik denk, het is Hoewel by gis, Dat Iantje, Zen Hantje Zo zlingerd mis, Nou leid de roe te pis. Hy heid wat geld Behielijkt, daarom zouw hy Graag zijn gesteld Op ‘t kuszen, want hy nou bly En lustig queeld, En vroolijk speeld; Maar ‘t grootste En ‘t znoodste, Is, dat hy streeld En ‘t narrekapje te’eld. Dies kan nou Ian En geen regiering raken, Dies vat hy an

De kan, met volle kaken; Maar wijl hy pooid En ‘t druifnat gooid, In’t kruikje Van ‘t buikje, Hoe zeer vermooid, Raakt Iantjes beurs berooid, Al speelend.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.