Voois, Beur op u Hooft, tza Bruto.
NOoit heeft de zee zo veele quaads ingezlokt,
Als ons der Vrouwen Mond
En daaden, hebben uit’ er boos riff geschokt
Vol stankx, in hart en grond
Dat yder gruiwd// en voor ‘er handel schuiwd
Met verschrikken.
Waar was ooit rouw// die groot was, die een Vrouw
Niet quam schikken?