Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Toon: Hanske zneed ‘et kooren. DIe munteloos, en dorstig gaat, Maar met een beurs beladen: Verwerppe vry dien overdaad Van lastige gewaden. Die qua’e verscheurde kleeren draagt, Mach laten aff van ‘t pronkken: Wiens bier de keel inwendig plaagt, En drink daar van niet dronkken. Men zmijt een qua’e vracht over ‘tboord, Tgun vuil is maaktme schoonder: Zo ‘t een off ‘t ander ons verstoord, Vaak toond ons weer een hoonder. Die niet veel om zen vrienden geeft, Die kan, en machze schouwen;

Maar die een quade znorbol heeft Die moetze zelver houwen. Tis Ian dien fellen norszen kop Die ellik doet verschrikken: Men geeff hem vry wat lustig klop Zo raakt die kop an stikken. Zijn Wijf moet voelen zijn geweld En dwingelandze nukken: Zy vreest, wanneer hy is ontstelt, Dat hy ‘er zal verdrukken. Men wacht een Paard wanneer ‘et hold, Een Stier in alzen tieren: Een Varken als ’et knarst en grold, En zo voords alle dieren. Maar waarom Ians quaad hooft ontzien, Dewijl hy ‘t kan verbetre, Ik zou hem eer ‘et staalpunt bien En naar ‘et gat toe veetre. Hy mogtze houwen zo hy wouw Hy zoud beget verlieze:

En daarom, waar ik als zen vrouw, Ik scheurdes’ als een bieze, Van een.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove