Arfilon an de Nimfe Amazis.Toon: Karileen.I.
FIere Maagd!
Waar leiden uw’ die treedjes,
Nog zo vroeg, in’t Morgen-rood?
Ag! Engel keer weerom,
Zie dezen blom,
Vereerd ik u heeden, zoge niet en vloot.
Ai wat jaagd,
Zo vlugtig, uwe leedjes?
Schoone Zon! straal na mijn hart,
Vergoode Harderin,
O dat u min!
Mijn zieltje mocht laven in’er groote zmart.
Al mijn gedagten
Voeden op mijn hoop,
Met yvrig tragten
Na een zoete koop.
Dat gy// By my,
En ik by u:
Mochte zijn// Al mijn pijn
Verging en keerde nu.
Amazis.
Arfilon,
Ik moet mijn Schaapjes leide,
Ginder by die waterbron.
Ai laat mijn hart met vree,
Off wiltge mee
Zo spoed u dan veerdig, als ik strak begon:
Want de Zon,
Beglanst nu land en weide,
Al ‘t gevogelt’ zingt en speeld;
De zoete Nagtegaal
Fleuit inzen taal
De lofzangh der Goden, tgun hem nooit verveeld.
Ai! zoete stralen,
Hemel! laat dien glans
Zoetgeurig dalen,
Op mijn roozekrans,
En kust// De lust
Van u parruik.
Hooge Go’on// Ai hoe schoon,
Verciert gy ‘t al zo puik.
‘t Komt al van God.