Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Doulands Lachrymae.XII.

HVil Borste huil; nok zie te vlieten Door ‘t hart verdrieten, Dat my, mijn Enigste aendoet,

Vol amper roet. Bruis als een Zee, met peekeltranen, Die kuilge banen Nu maken op mijn dorre wang, O, ‘t vald te bang! O! zmeldt in schreien, En queezlig vleien, Boezemd uw’ verdriet. Vroom gemoed! Die u bloed, Zuiver voed In een Kristalijnne vloed, En nooit zmet met pekzwart roet. Zie ‘t gun nu geschied! Stort uit uw’ oogen Volnokte toogen, Om de wrevelheid, Dieze toond, Die my troond, En ontkroond,

En nog in mijn harte woond, Schoon zy my schijnbaar loond Met haar strevelheid. ‘K hoop zy zal’er eens bedenkken, En my schenkken, ‘T lang, Maar bang, En strang, Geluk, In men hartelijkke druk: Hoewel ‘t komt zo traag gelopen, En gekropen, ‘K zal, ‘T geval Nog al, aanzien: Wie weet wat nog kan geschien? Wie raamd ‘et eynde?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove