Toon: Gulliot est mon Ami.
GY Minnaars, die u tijd
Int soet en znobblend vrij’en
Zo delikaat verzlijt
Op hoop van te bedij’en;
Ziet niet op geld of schat// dat
Haast is vervlooge;
Maar soektje
wat;
Zoekt na vermoge
Deugd, zoo wordje daar door niet bedroge.
Want die de Dante trouwd
Alleenig om de wante;
Verliest, tgun hem benouwd,
En houd de faatze Dante.
Dit zeid ‘et ouwe woord// voord,
Paard na gevallen,
Regt als ‘t behoord.
Tis niet met allen
Trouwdje om met de schatten te brallen.
Die zoet en eerbaar leeft,
Van treffelijk geslagte;
En niet veel geld en heeft
Is eens zo veel te achte,
Als die, wiens dwaas gemoed// voed
Lelijke streken.
Bitter als roet
In al ‘er spreken.
En, wien geld nog schatten ontbreeken.
Waarheid overwind.
De Deugd leid in den hoek, dat doen die looze schijven;
Op mannen; rap te been, en, helliptze verdrijven.
Dempt ‘et quaad.