Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Toon: Mon valet. ZAl een trouwen Minner, ‘t minnen Laten, om een dit of dat? Om iets, ‘t gun zijn wufte sinnen Elders hebben opgevat? Neen hy: want de trou ontzeidt ‘et Dat hy ‘t doet; Trouw opregte Min ontleidt ‘et Al in’t goed. ‘kHeb ook wel mijn ongenougen, Als ik sie den hoogmoed aan

Dan die, tot my te voegen Haar in’t minst niet kan verstaan: Ik, nogtans, meen op ‘et ende Vanmen druk, ‘t Ongeluk also te wende Tot geluk. Ha! Moordresje vanmen leeven, Hoe zmaakt u eens anders dood? Hoe keund gy, door trots gedreeven, My zoo laten in den nood? Of ik nog op’t end verblijde, Wat kant zijn; Wijl ik nu, in strijdend lijden, Draag veel pijn? Straffe Maagd, zen u meedoogen Op die hier verschooven leid; Laat u zeegbre gloeiend oogen Weesen tot mijn heil bereid. Wat is beeter? wat is vaster Stof van deugd,

Dan te weezen druk ontlaster Van de Ieugd? Mijn getrouwheid zal noit dwaarlen Van haer vast gestelde sloer: Want mijn Min is, rein, als paarlen, En alst suivre paarlemoer, Geen karbonkkelen geflikker, Straald zoo hel: Of mijn liefdes rein geklikker Tart ‘er wel. Waare liefd is nooit verlegen, Wen ‘er ‘t grootste hartzeer knijpt: Wantze zett’er dapper teegen, Daar de nijt of twedracht nijpt. Ik wil ‘t lijden leere lijden Om proffijt: Ongezien wie my benijden, Of benijt. Liefde ziet deur nog venster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove