Skip to content
1645

Arions vingertuig

Thomas Fonteyn

Toon: Go fro my window. DE werltze staat, en malle Dragt, De hoveerdi, en zotte pragt, En yddelheid, Die mennig zoetjes vleid, Is waardig uitgelacht. Ik, klein gehuist, leev’ wel te vre’e, En zo doet ook mijn Buirman mee: Maar Hoofsbezlach Heeft ruste nacht nog dag. Rust heeft in’t Hoff geen ste’e. Mijn kleren, net, zijn preuts, nog breed, Gestrikt, geprikt nog weits gereed. ‘kBen niet beschroomd,

Schoon dat een zee vol waater stroomd Op my: ten doet geen leet. De yddelheid voed zulkke meest, Wiens nauuitziftbre, pronkbre Geest Het alles meend, En zoekt, en wenst, gesteend Op d’aldertrotzte leest. Een die in’t kroegen lijmig zit, Door wijn of sterker drank verhit, Heeft eerder noood, Van dronkenschap, zo groot, Als een die in Gods Tempel bid? Een die na d’hoofze tooiings staat Zo mooi en dapper kostlijk gaat, Heeft d’hoovaardi Ook eer in’t hart, dan hy, Die ‘t pragtig leven haat. Mijn kleine staat vernoegtme wel, ‘Ken hoef geen grooter vreemd gestel. Wat wil ik meer,

‘kHeb gunst van God de Heer, Die my wel bystaan zel. God helpt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Arions vingertuig · Thomas Fonteyn · Poetry Cove