Vrouwe-Loff.Toon: Zuzannaês Reinigheid.II.
DIana, zen uw Maagde Rei
Aan ‘t kralen van den loff,
Van d’onwaardeerbre Vrouw-livrei
Met kraft van zoete stoff,
Wijl al ‘er boove Menslijkhe’en,
Van Deugd en wetenschap:
Gevoeggelijk dien steilweg tre’en
Van ne’er tot oppertrap.
2Koom wijsheid, konstvrouws zuigeling.
Minerven, uw verstand
Is int Mans oir te zonderling,
Op wijsheids voet geplant,
Waar blonk, geleertheid, ooit zo schoon
Als in ‘et Vrouwen zwier?
Wie ‘r Deugden, waardig zijn een kroon
Geknoopt van Lauwerier.
3Waar van geschied ons zulk een goed,
Als van dat zoet gezlacht?
Haar wijsheid, en ‘er vroom gemoed,
Woeld yder in’t gedacht.
De Kerk-Oraaklen galmen uit,
Zibillen, uwen Geest,
Wiens goet en Goddelijk bezluit
Men in geen Boekken leest.
Goud is duir, maar waardig.