Op de wijse: Van den vyfden Psalm: Verhoort Godt myn woorden klachtigh. V Wet in mijn ghedachten plant, Gheeft mijn wijsheydt ende verstant1 Cor.3,7. Dat ick die met vreughde magh hooren, En daer na spooren.
Alle mijn lust, o Heer der Heeren, Laet staedigh zijn nae dijn ghebodt,2 Par.1,19,
Al houden 't veele voor haer spot, Soo hoop ick my nochtans te keeren Psal.115,1Dijn naem te eeren.
Psal.51,12.Reynight mijn hert, sin, en ghemoede, Zendt my tot troost Heer dynen gheest, Op dat ick daer door onbevreest, Psal.26,7.Met harten lust mijn ganghen spoede Altijt int goede.
Psal.122,1,In dijn Huys ben ick Heer ghetreden, Psa.55,17.Behoedt my dat ick in ootmoet Dy ghestadigh valle te voet Met ware boet, en kuysche zeden V aen te beden
Tot gheenen tydt laet my vergeten, Hebr.10.32,Den dagh daer in ghy mijn besocht,
En door 't gheloof tot het Licht brocht, En door dijn Woordt al dijn secreten Te recht deed' weten.
Ick was dier tijdt gantschlijck gheneghenRom.6,1. Om vleys en werelt te versmaenGal.2,19. En stadigh op u wech te gaen, Daer toe verleent mijn voort dijn zeghen Om gaen te deghen.
Eenvoudigh, hoop ick t'allen daghen,Psal.101,2. Als dijn dienst-maeght tot aller stondt Te wandelen in dijn verbondt, Om dy, o Heer, wel te behaghenLuc.1,70. Met hart verslaghen.
Niet Heer en can mijn hart vermaken, Dan te ghedencken dijn ghenaedt
Rom.12,12.Daer door mijn hoop levendigh staet, Col.1,12.Om door dijn Zoon te mogen raken, Daer men vreught smaken.
Mat.6,33.'T is Heer dijn Rijck daer ick na trachte, Als u dochter, en erfghenaem, 2 Cor.5,5.Mijn Vader maeckt mijn doch bequaem, Dat ick met alle dijn gheslachte Dijn Erfdeel wachte.
Vervult ons vreught door vast betrouwen 2 Cor.6,18.Dat ghy ons Godt en Vader zijt Die voor ons sorghet t'aller tijt, Sir.2,7.Dat ons niemandt en magh benouwen Die op u bouwen.
Eeuwigh hoop ick te zijn in vreughde Apoc.7,17,21,4.By dy mijn Godt voor dijn aenschijn,
Daet alle ding volmaeckt sal zijn, Met blydschap, troost, ende gheneughde Altyt vol Ieughde.
Nacht ende dagh is mijn verlanghen, Om Heer te zijn voor dijn ghesicht,Esa.60,29. Daer dijn aenschijn het al verlichtApoc.21,24 Om dat also hier na 'tontfangen, Heer, leyt mijn gangen.
Ick bidd' Heer door het bitter Lyden1 Pet.2,24. Van dijnen Zoon aen't cruys geleen, Laet ons door hem in rust en vreen Met alle Vromen doch verblijdenMat.4 t' Eeuwighen tijden.
Soo moghen wy daer alle t'samen Apoc.4,8.Dy loven, Heer, voor dynen Throon, Met al het Choor der Engh'len schoon, 1 Cor.1,20.Tot prijs en eer dijn's grooten Namen Wy spreken Amen. 'T mist wel meer. Anno 1614. den 30. Maert.
Cookies on Poetry Cove