Op die wijse, ofte stem: Al waer ick half doot. IN u benautheydt groot Hoort u de Heer ghepresen, En Iacobs Godt in nootPsal.25,22,46,8,12. Moet u beschutsel wesen,
V hulpe com gheresen Van boven uyt zijn heyl'ge throon Wt Syon schoon, Gen.15,1:Geef hy u sterckte tot uwen loon.
Psal.141,1.V daegh'lijcks offerhandt Rom.12,1.Wil Godt altijt ghedencken En 't Offer dat ghy brandt Moet hy vol vetheyt schencken, 1.Pet.3,13.Dat niemandt u mach krencken, Hy verleen u dat ghy begheert, Oock zy ghe-eert Al uwen raedt dat zy ten besten keert.
Van uwe saligheyt Willen wy altijt roemen Cant.2,41Den banier uyt-ghebreyt Ioan.13,35.In 's Heeren naem moet comen Wat ghy hebt voor-ghenomen Mat.18,20Te bidden uyt uw's herten gront Met tongen en mont, Moet vervult zijn nu en tot aller stondt.
Ick mercke dat die Heer Zijn hulpe gaet bewijsen Zijn ghesalfde, en meerPsa.2,2,132,2. Siet men haer ghebedt rijsen Daer men zijn naem hoort prijsenPsal.26,7. Hier boven in des Hemels Tent, Al waer omtrent Zijn saligheydt heel machtigh is bekent.Act.13,47,
Op wagen, en op PaerdtPsal.20,8. Hem hier veele verlaten, Wy heel anders van aerdt Nemen tot onser baten, Godes naem die zy haten,Deut.5,9. Zy zijn ter neer ghestooten slecht, Wy staen oprecht, Verhoort o Heer als tot u roept dijn Knecht.1 Reg.8.29. Anno 1605. 'T mist wel meer.
Cookies on Poetry Cove