Skip to content
1626

Geestelyck lietboeck genaemt de Basuyn

Simon Jansz Fortuyn

Op de wijse: Een Oorlof-Liedt aenhoort. GEdenckt altoos dien tijt, Doen ghy door des gheests kracht Heb.10,32.Inwendich verlicht zijt, En tot 't Geloof ghebracht, Hoe dat doen u ghemoet, En oock u hart en zinnen waren gheneyght tot goet, Om het quaet t'overwinnen.

Hiob.2,1Recht en slecht moet ghy noch Col.2,6.Altijt so zijn ghezint, Blyven volhardich doch,

Dat u 't quaet niet verwint, Want int beginne niet, Maer int eynd' ist gheleghen, Mat.14,13 Om van 't eeuwigh verdriet Vry te zijn door Godts zeghen.

Ist dat ghy t'aller stondt Wandelt na Godts ghebodt,Mat.19,10 En wel hout zijn verbondt, Ghy verkrijght 't beste lott, Dus schickt u voor en naer Om 's Heeren stem te hoorenMat.7,23. En laet u lichten claer Als die nieus zijt herbooren.

Eerlijck en onbevlecktEph.5,26. Betaemt ons, minst en meest, Te wandelen perfeckt,Rom.8,14. Ghedreven door den gheest, Die ons de Vader zent Wt zijn Throon der ghenaden, Als die ons is omtrent, Gheen dingh en magh ons schaden.Mat.18,20

Rom.2,19.'T was te beclaghen seer, So wy alle ghelijck Hoogh roemden van den Heer, En van zijn eeuwigh Rijck, Gal.6,1.Als wy niet t' onser baet Door zijn gheestes kracht waren Verlicht, en metter daet Zijn kracht in ons ginck baren.

1.Cor.9,26.Jaghen moet men altoos Met naersigheyt en vlyt, Om van ons zonden boos Door Christum zijn bevryt, Act.20,28.Want zijn root dierbaer bloet Rom.3,25.Doet ons ghenae verwerven, So wy hier metter spoet Onses vleys lusten sterven.

Mat.10,16.Eenvoudigh slecht en recht Dienen wy nu alt'saem, Rom.3,12.In dit twistigh ghevecht Wt te drucken ons naem, En so met ware boet In werck en daet bewijsen,

Dat wy Godts naeme soetPsal.115,2, Alleen soecken te prijsen.

Och oft elck wel nae-docht Die hem een Christen roemt, Dat den naem eyscht volbrocht, Daer men hem hier na noemt, En dat haer toe-behoort, Die Christus name dragen2 Cor.4,20. Na zijn ghebodt en woort, Den selven te behaghen.

Elck moet door-soecken snel1 Cor.11,30 Zijn eyghen werck, en gang,2 Cor.13,5, En overpeynsen wel Al zijn doen van aenvang, Of sulcx al is gheschiet Wt rechter vrees des Heeren, Want Godt het harte ziet, En weet al ons begheeren.

Gantsch al ende gheheel Moet hier een Christen knecht Soecken het beste deel Na Schrifts verhalen slecht,

En oock in soet en suer Hem altijt wel ghenoeghen, Mat.26,38En als een Kindt Godts puer Zijn wil in Godts wil voeghen.

1 Cor.3,10.Een yegelijck slae acht Waer op hy hem fondeert, Mat.24.En houde goede wacht, Dat het hem niet faeljeert, Want op gheen fondament 1.Cor.3,10.Als Christo magh men bouwen, Dus elck hem daer na went Wil hy blyven behouwen.

Eph.3,19.Sijn Liefde, en zijn trou, Oock zijn barmhertigheyt, Act.14,21,Tot troost in druck en rou Van ons moet zijn verbeyt, Wy mogen nimmermeer Als int Geestlijck bedroeven, En hopen op den Heer, Hebr.5,3.Hy troost als wy 't behoeven.

Doch ter rechter tydt waeckt, Mat.24,45Den Bruydegom te ontfaen,

V Lampen brandent maeckt, Om so meed' in te gaen Met die Maeghdekens wijs Al tot der Bruyloft reyne,Mat.25,10 Ghenieten Hemels spijs, En des Levens-Fonteyne. 'T mist wel meer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.