Skip to content
1626

Geestelyck lietboeck genaemt de Basuyn

Simon Jansz Fortuyn

Op de wijse: Van den 6 Psalm: VVilt my niet straffen Heere. LAet u licht claerlijck lichten, Mat.5,15Om u Naesten te stichten Met voor-gangh, werck, en leer, 1 Tim.4,12Want alle die Godt vresen, Moeten voor-gangers wesen In liefd', trou deught', en eer.

Hebr.12,4Als ons is voor-ghetreen Ons Hooft-man hier beneden, Luc.9,58.Met ghedult in onspoet, 2 Cor.8,8.Veracht, versmaedt verdreven, Cleyn en ned'righ kan leven

Een Christen volghen moet.1. Pet.1,21.

Maeckt oock also u gangen Om Godts Woordt aen te hanghen,Mat.7,24. Oprecht, en met eenvout, Soeckt na wijsheyt van boven,Iac.1. Die niet is om vol loven, En u daer op betrout.

Met hert, zin, en ghedachten,Mat.22,3. Wilt Godts bevel betrachten, Vlast en ambt neemt waer,Eph.4,1. Versterckt die swacke leden,Rom.14,1. Hout het lichaem in vreden,Eph.4,12. Volght so die vromen naer.

Ernstigh die schaepkens weydetIoh.21,17. En door Godts Gheest haer leydetPsal.23,2. Op vruchtbaer Beemden goet, Wijst haer alle ghemeyne Te drincken die FonteyneSach.13,1. Des levens schoon en soet.Act.4,11.

Reyst kuysch door dees Woestijne, Act.14,21.Al ist met druck en pijne, Acht gheen vyanden fel, 1 Cor.10,7.Die u met murmurering, Phil.2,14.Ofte met valsche leering Col.2,8.Alhier ghemoeten snel.

Esa.31,22.Treedt voort op 's Heeren weghen, Gal.5,17.Al ist het vleysch heel teghen, Verwint den vyandt quaet, Eph.6,16Hebt wel acht op zijn stricken, Laet u hart niet verschricken, Want den Heer u bystaet.

Proeft hert, ghemoedt, en zinnen Hoe 't is ghestelt van binnen, Kranck, swack, of onghezondt, Om na 's Heeren gheboden d'Aerdtsche leden te dooden, En doen na zijn verbondt.

Is dat ghy wel beproevetRom.2,13 Al 't gheen dat u behoevet, En boosheyt wel uyt-roeyt,Col.3,8. Godt zal dan uwe saken In als voorspoedigh maken,1 Thes.1,3. Soo liefde in u bloeyt.

Eer en prijs is hy waerdighMat.24,13 Die alhier blijft volhaerdigh, Nae 's Heeren wil en wet, En met een vast betrouwen Vlytigh soeckt t'onderhouwen Godes gheboden net.Mich.6,8

't Vleysch wil veel tydts regheerenRom.7,8. Naer zijn lust en begheeren, Maer die dat overwint Door een gheloof waerachtigh,1 Ioh.5,44 Ia liefd' werckende krachtigh Eewige ruste vint.Apoc.14,13.

2 Cor.5,14,Een is voor al ghestorven, Act.20,28.Die ons rust heeft verworven Aen 't Cruyce met zijn bloet, Eph.2,4,Wt loutere ghenaden, So wy recht op zijn paden Treden met ware boet.

Mat.3,8,Rechte boet te betoonen Behoort alle persoonen 1 Pet.1,22.Wt een oprecht reyn hart, En so tot allen daghen 1 Tim.1,13Zijn zonden te beclaghen, Al is het voor 't vleysch smart.

So sal den Heer der Heeren Act.2,38.Zijnen gheest tot ons keere, Die ons te recht leyt 2 Cor.11,2Tot zijn Bruyt, en Ghemeente Die hier leeft in vercleente, 1 Cor.3,12,Ghebout op die waerheyt.

Psal.45,10,Och die dees Bruyt eens vonde Apoc.19,7,En hem daer aen verbonde Met liefd' vrede, en trou, Hiob.14,1Om na dit korte leven,

Eeuwigh te zijn verheven, Bevrijt van druck en rou.Apoc.7,17

Om dit dan te verkrijghen Moet men hart, en sin nijghenPro.2,1. Tot Godt vroegh ende spaed'Spr.33,1 Bidden tot allen stonden,Luc.18,1. Met ongheveynsde monden, Men verkrijght zijn ghenaed'.Mat.7,7, 't Mist wel meer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.