Skip to content
1629

Westindische triumphbazuin op de verovering van de zilveren vloot

Samuel Ampzing

2. Chron. 20.24.25.26.27.28.29. Doe nu Juda tot Mizpa aende woestijne quam, wenden sy den hoop tegens hen: ende siet doe lagen de doode lichaemen op der aerden, dat daer niet een ontkomen en was. Ende Josaphat quam met sijnen volke hunnen roof uyt te delen: ende vonden onder hen so veel goeds, ende klederen, ende kostelijk gereedschap, dat sy hun namen, datmen het ook niet dragen en konde: ende deylden den roof drie dagen lang uyt, want dies was veele. Aenden vierden dag nu, quamen sy inden Dale des Lofs te samen, want aldaer loofden sy den Here: daer van heet die stede het Dal des Lofs tot op desen dag. Also keerde een ygelijk van Juda ende Ierusalem wederom, ende Iosaphat voer aende spitze, dat sy na Ierusalem met vreugde togen: want de Here hadde hun eene vreugde aen hunne vijanden gegeven. Ende togen te Ierusalem in met psalteren, harpen, ende trompetten, ten huyse des Heren. Ende de vrese Gods quam over alle Koninkrijken inden lande, doe sy hoorden dat de Here tegens de vijanden van Israel gekrijgd hadde. Also was het Koninkrijk van Isaphat stille, ende God gaf hem ruste rondom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.