Skip to content
1624

Rym-catechismus dat is de Christelijcke Catechismus

Samuel Ampzing

X. Ghy en sult niet begeeren uwes naestens huys: ghy en sult niet begeeren uwes naestens wijf, noch sijnen knecht, noch sijne dienstmaecht, noch sijnen osse, noch sijnen esel, noch eenich dinck dat uwe naesten heeft.

V.In hoe veel Taf'len werdt des Heeren Wet gedeelt? A.In Twee: Een ons Godts liefd', Een onsen Naest beveelt. V.Wat werdt ons voor het Eerst van Gode voorgehouwen? A.Alleen op hem, als op den eenen Godt, te bouwen. V.Wie pleegt Afgoderij, en doet sijn Godt geweldt? A.Die anders iets versiert daer hy sijn hoop op stelt. V.Wat wilt ten Tweeden ons 'tverbodt der beelden leeren? A.Godt op geen ander wijs, dan nae sijn Woordt, te eeren. V.Ist ganschlijck dan verboon te hebben eenich beeldt? A.Wie Godt self malen wilt, sijn eer Kerck-rovich steelt. V.Maer hoe doch ist gestelt met ander schilderijen? A.Die moeten inden dienst tot enckel val gedijen. V.Ghy straft dan al 'tgemael in onsen dienst voor Godt? A.Wy hebben hier een scherp en merckelijck verbodt. V.Maer mogen die niet zijn de boecken vande Leecken? A.'Tbeeldt is een leugen-boeck, Godts Woordt moet tot ons spreecken. V.Wat werdt ten Derden ons verboden vanden Heer? A.'Tmisbruyck van sijnen naem tot laster, en oneer. V.Ist dan so sware sond te sweeren, en te vloecken? A.Self wilt Godt, die 't sijn best niet weert, te huys besoecken. V.Maer is dan allen eedt verboden, ofte niet? A.Behalven als de noodt,en 'tRecht den eedt gebiedt. V.Maer kanmen daer op wel gerust en seker wesen? A.Het werdt door 'tWoordt, en veel Exempelen gepresen. V.Maer waer toe dient den eedt en 'tsweeren in 'tgerecht? A.So werdt de twist gedempt, en al 'tkrackeel geslecht. V.Hoe moetmen nu aldaer den eedt rechtmatich sweeren? A.Alleen voor Godt, voor wien wy wand'len, en verkeren. V.Mach oock den eedt niet by Godts schepsels zijn gedaen? A.Dat waer Godt opentlijck versaeckt, en afgegaen. V.In wat betrachting' is het Vierde meest gelegen? A.Den Godts-dienst openbaer in Godts-Gemeent te plegen. V.Wat heeft de Heer noch meer ter deser plaets belast? A.Dat op der sonden rust bysonder zy gepast. V.Wat heeft ons voor bevel het Vijfde voorgeschreven? A.Den Oudtsten eer, en dienst, en trouwe liefd te geven. V.Wat geeft ons 'tSeste voor een last en goede leer? A.Dat ick mijn even-mensch noch quetse, noch verseer. V.Is dat in 't algemeyn een igelijck verboden? A.De Richters dragen 'tsweerdt te straffen, en te doden. V.Maer is dat al genoech sijn naesten niet te scha'en? A.Men moet hem oock ten dienst tot sijnen besten staen.

V.Wat quaedt kan dan in ons het Sevenste niet dragen? A.T'onkuysch geveert, gebeert, en 'tvuyle hoeren-jagen. V.Wat isset dattet noch wel geerne van ons hadt? A.Dat ider onder ons sijn vat in eer besat. V.Wat straft het Achtste voor een schand', en boeven-stucken? A.Diefs-streken, rovery, het grabbelen, en plucken. V.Daer-tegen wat belast ons Godt te sullen doen? A.Ons naesten dienstich zijn, en oock den armen vo'en. V.Wat laster heeft de Heer in 't Negenst' doorgestreken? A.Het valsch getuygenis, geklap, en leugen-spreken. V.Wat is daer Godts bevel, en sijne tegen-leer? A.De waerheydt voor te staen, en onses naestens eer. V.En waer van moeten wy ons voor het laetste wachten? A.Te plaetsen in ons ziel quae lusten, en gedachten. V.Maer waer toe moet ons hert staen open, en bereydt? A.Dat moet een woning zijn van alle heylicheydt. V.Kan nu een Christen-mensch dus wel volkomen leven? A.Men kan niet: doch men moet met yver daer nae streven. V.Wat helptet dat men ons de Wet so heftich preeckt? A.So sietmen wat een quaedt ons in den boesem steeckt. V.Leert ons de Wet alleen ons in ons sonden quellen? A.Sy leert ons oock nae haer ons leven aen te stellen. V.Ist nodich datmen sich Godt door 'tGebedt beveelt? A.Niet anders werdt sijn gunst en segen uytgedeelt. V.Wie moet so van ons zijn in demoedt aengebeden? A.Alleen die van ons werdt de waere Godt beleden. V.Maer machmen wel so recht vry-moedich tot hem gaen? A.Ons Middelaer heeft ons gemaeckt een effen baen. V.Wat doen sy dan die haer tot anderen oock keeren? A.Dat heet nae Godes stijl den afgodt nae-hoereren. V.Hoe wilt Godt datmen voor sijn aengesicht verschijn? A.Hy wilt uyt 'snoodts gevoel in ernst gebeden zijn. V.Wat weet ghy dat u stem sal komen tot sijn ooren? A.Hy wilt mijn arm gebedt om Christi wil verhoren. V.Wat moeten wy van hem versoecken door 'tgebedt? A.Daer heeft ons selfde Heer een sek'ren wet geset. V.Wat palen heeft hy dan ons menschen voorgeschreven? A.Daer van heeft Christus ons een Formulier gegeven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Rym-catechismus dat is de Christelijcke Catechismus · Samuel Ampzing · Poetry Cove