Van de Veroveringe ende Verlosinge der Stad VVesel.
TErwijl de Prinz den Bosch tracht met geweld te dwingen,
So heeft Maraen bestaen de Veluw te bespringen,
En heeft het platte land geplonderd, en vertreen,
En Amersfoort daer by, en dreygt de vaste steen.
Hier-tuschen hebben wy hem Wesel afgenoemen,
En sijn krijgs-nooddrufts-huys en geld-kantoor bekomen:
Dies loopt hy al sijn best, en wijkt, en ruymd de baen.
Hy richt een Hamans galg, en raekter selver aen.