Skip to content
1629

Naszousche lauren-kranze

Samuel Ampzing

Op de wijse van den xxiv. Psalm. 1. 1. IK dank dij (lieve Heer!) Dat gy sijt gram geweest op mij, En dat dijn gramschap is voorby, En helpt en troost mij weer. 2. God geeft mij heyl bereyd, ‘Kga vast, en vrese langer niet: Want God is al mijn kragt, mijn lied, Mijn heyl, en saligheyd.

2. 3. Gy sult met herten-lust Uyt Zions heylsaem water-put Verversching scheppen tot uw nut, En uwer sielen rust. 4. En seggen tot dier stond: Dankt God, en predickt sijnen lof, Betuygt sijn heyl, en spreekter of, Maekt sulkx den volken kond.

3. 5. Lofsingt den Heer, gaet aen, En maekt tot alle werelds end Den roem van sijne magt bekend, En ‘tgeen hy heeft gedaen. 6. Iuycht, en verheft dijn stem: De heyl’ge God in Israel Die doet by dij so wonder-wel, O Stad Ierusalem!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Naszousche lauren-kranze · Samuel Ampzing · Poetry Cove