Skip to content
1629

Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias

Samuel Ampzing

I. 4 11. Men sal dan weer ter selver stond Dijn mueren grond Sien toebereyden: En wijd en breed Gods raed-besluyt Gaen van dij uyt, En sich verspreyden. 12. So sal ook Aszur om dien tijd, In haest om strijd, Met al haer steden, Van stee tot stee, van see tot see, En bergen mee, Tot dijwaers treden. 5 13. Na dat dit land sal sijn verheerd, En omgekeerd Heeft woest gelegen, Om hunnen 't wille die daer in Naer hunnen sin Het boose plegen. 14. Maer gy toch Godes knecht en tolk Weyd gy dijn volk,

Weyd gy dijn schaepen Met dijnen staf, en drijftze voord Met Godes woord, Dijn heylsaem wapen. 6 Het volk dat eensaem sich onthoud In't veld, en 'twoud, Laetz' in valleijen, In Bazan, en in Gilead, Wel vet, en glad, Als eertijds, weijen: 15. 'Kwil boven dijns gedachts vermoen Veel kragten doen, Voor dijne ogen, Gelijk ik uyt Egyptenland Met mijner hand Dij heb getogen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias · Samuel Ampzing · Poetry Cove