Skip to content
1629

Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias

Samuel Ampzing

Op de wijse vanden Cxxxviii. Psalm.

7. Ik wil nu op den Here sien, En tot hem vlien, 'Kwil hem verwachten, Den God van mijne saligheyd: Ik heb geschreijd, Dat sal hy achten. 8. Verheug dij niet mijn vijandin In dijnen sin, 'Ksal over-ende Weer opstaen als ik liggen sal In ongeval, En in ellende. 2. God heeft mij in de duysterheyd Sijn licht bereyd. 9. Ik wil de plagen, Ik wil des Heren grimmigheyd, Die op mij leyt, Geduldig dragen,

(Want ik heb voor hem quaed gedaen, En sond begaen) Tot hy mijn saken Sal rechten, en dijn ongelijk Met goeden blijk Bekend sal maken. 3 Hy sal mij brengen voor den dag Met vreugd-gelach Door sijn genade. 10. Mijn vijandin die sal't ook sien, Sy die mij seyd tot spijt en spot: Waer is dijn God? Mijn ogen-leden Die sullen haer gelijk als dreck Sien op den neck Met voeten treden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias · Samuel Ampzing · Poetry Cove