Skip to content
1629

Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias

Samuel Ampzing

Op de wijse vanden Lxxix. Psalm.

Aleph. 1. Gedenkt (o Heer!) hoe dat wy sijn geslagen, Beschout, en siet de smaedheyd die wy dragen, 2. Ons erve is aen and'ren uytgegeven, Ons huysen sijn den vreemden

buyt gebleven. 3. Wy sijn in wesen-stand, Ons vaders sijn van kant, Ons moeders weduw dwalen. 4. Ons water kost ons geld, Ons hout in't woud geveld Dat moeten wy betalen.

2. 5. Men drijft ons hard, en als wy moede hijgen, So konnen wy van hun geen rust verkrijgen. 6. Wy hebben ons Egypten geven moeten, Wy hebben ons geleyd door Aszurs voeten, En dat alleen om brood, In onsen hongers-nood. 7. Ons vaders sijn bevonden In misdaed voor den Heer, Die sijn hier nu niet meer, Noch boeten wy hun sonden.

3. 8. 'Tsijn knechten t'saem (eylaes!) die ons verdrucken, En niemand kan ons uyt hun handen rucken. 9. Wy moeten 'tbrood met lijfs perykel halen, Van wegen 'tswaerd in alle onse palen. 10. De honger is so fel, Dat ons verschrompeld vel So swart is als een oven. 11. De vrouwen sijn verheerd, De dochters sijn verneerd, Veracht, verkragt, verschoven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias · Samuel Ampzing · Poetry Cove