Skip to content
1629

Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias

Samuel Ampzing

II. Lamed. 12. En sijt gy niet bewogen Die 'tsiet met uwe ogen? Segt iszer ook een nood, Als mij is wedervaren, Dien God nu veele jaeren In grimmigheyd verstoot?

Mem. 13. T'vuer sond hy in mijn beenen, Die alle sijn verdwenen, Hy set mijn voet een strick, En heeft mij weg-gedreven, En al den dag doen beven In eensaemheyd, en schrick.

Nun. 14. Het jock van mijne sonden Is op mijn hals gebonden Door sijne hand, en slag, Mijn kragt is omgestoten, En in sijn hand besloten, Daer ik niet uyt en mag.

Samech. 15. God sloeg mijn sterke helden, En riepze die se velden, En dempte 'tjonge bloed,

En al die voor ons streden. God heeft de perz getreden, En over mij gewoed.

Ayn. 16. Dies ween ik, dat de beken Van mijne ogen leken: Mijn troost, mijn hulp, mijn held Is ver van mij geweken, Mijn volk is dood gesteken, Mijn vijand houd het veld.

Phe. 17. Wringt Zion haere handen, Wat trooster salse vanden? So God belasting doet Van Iakob te ontlijven: Ierus'lem is den wijven Gelijk in heuren bloed.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.