I.
Hij jaagde over heg, ende steg, over weî, Ende heî, Sints het morgengeflonker. Nog stak hij geen vogel, of haas in zijn tasch, Ten spijte van 't waakzame hondengebas, En reeds viel allengskens het donker.
Nu wenscht hij, daar 't zweet zijnen voorhoofde ontvloeit, Zoo vermoeid, Zich ten duivel, van rouwe: ‘Zie, keer ik aldus, dan verjaagt mij de Graaf, En keer ik niet weder, ellendige slaaf, Wat doet dan mijn raadlooze vrouwe?’
Wie is 't, die op eenmaal zoo nevens hem staat? Zijn gelaat Wil niet gunstig lavateren.Van lavater, den bekenden Physionomist.
‘Wat schort er, o jager?’ En deze vertelt, Hoe sober hij 't had op de jachte gesteld. ‘Ha! ha!’ ging de vreemdling aan 't schateren.
- ‘Wat lacht je?.... lach nog eens, jij duivelsche vent, Dat je bent, Dan begroet jou een kogel.’ - ‘Een kogel van jou!... sa, toon, wat je kunt: Je bent zoo een handige vogel!’
- ‘Verdoemenis!’ brult hij, met toornig getier, Als een stier, En hij vuurt op den makker. - ‘Die kogel, o meester, heeft slecht u gediend. Wie weet, waarvoor 't goed is.... herneem hem, mijn vriend!’ Sprak de andre, tot spotten zoo wakker.
Nu werd het den jager zoo zwart en zoo zwaar, En zoo naar; En den vreemdling ontblaakte Het oog: ‘Laat me eens zien, hoe dat gaat in zijn werk. Ginds... ziet gij een vogeltj' op 't spitse der kerk? Wat dacht gij, indien ik hem raakte?’
- ‘Wel, doe wat ge kunt!’ En daar schuifelt het lood, En 't is dood. - ‘Zoo en kan ik niet schieten!’ - ‘Ook gij zult dat kunnen, o jagerken lief (Zei de andere loerend zoo loos als een dief)! Indien ge dit heil wilt genieten.’
- ‘Volgeerne!’ - ‘Zoo daal' voor uw kogel 't al neêr, Heinde en veer, Heel den tijd van zes jaren, O jager, indien u mijn voorstel beviel!’ - ‘Uw voorstel!... wat eischt ge van mij?’ - ‘Uwe ziel!’ - ‘Top!’ zeide de man zonder varenVreezen..
Mits éenen bespreke, maar anders ook niet. Wat ik schiet', Moet gij eerstlijk mij noemen. - ‘Zoo, zoo: is het dàt maar, o jager? 't 't is wel. Daar, teeken dit blaadjen!’ Zoo deed de gezel Met bloed, om zich, laas! te verdoemen.
Cookies on Poetry Cove