Vrolijkheid.
Carpe diem.
HOR.
Blinkt, der purpren koets ontstegen,
U een Meische morgen tegen
Met een jongen hemellach,
Broeder, doe naar zijn vermanen:
Terg den Heere door geen tranen,
Pluk het bloemtje van dien dag!
Kies een bruidjen in haar bloesem,
Rust op haar getrouwen boezem,
Laaf uw ziel aan kus en lach;
Laat de hoop u niet bedriegen;
Haast u: tijd en liefde vliegen.
Pluk de bloem van elken dag!
Kunt ge een kennis meer vergâren,
Om uw denkend brein te klaren
In Gods licht, zoo dikwijls, ach,
Door den zwarten nacht bestreden
Met een heir spitsvondigheden,
Pluk de bloem van elken dag!
Kunt ge in stilte een weldaad zaaien,
Welker oogst gij eens zult maaien
Wen het leven (zwak als rag,
Dat een windje kan vrijbuiten)
Zijn onzeekren loop zal stuiten,
Pluk het bloemtje van dien dag!
Laat de volle beker klinken,
Als ge een feestdag uit zien blinken,
Dien het harte vieren mag;
Cier uw hoofd met frissche roozen,
Die op morgen niet meer blozen.
Pluk de bloem van elken dag!
Vriend, de tijd houdt van geen borgen;
Reken niet te veel op morgen.
Zeg, wie daarop reeknen mag?
't Heden moge u cijns betalen,
Voor het sterve in de avondstralen.
Pluk de bloem van elken dag!