Skip to content
1840

Vaderlandsche poëzy. Deel 3

Prudens Duyse

VI.

Deez' graven overgeelt ras weligtierend koren; Ras steigert uit hunne asch verlokkende overvloed; De stap is uitgewischt van elken heldenvoet; Waerom dan smijt ge ook niet dat zinnebeeld van moed, Dien Leeuw, de borst vol verontwaerdiging en toren, In 't stof, o Bastertbloed?

Welaen dan! kunt gy hier niet weenen meer, of blozen, Ten trots van wie naer franschen leiband draev'; Hebt gy voor Waterloo geen lauwren meer, geen roozen, Wat vaderlandsche hand dien heldenroem ontgraev'; Vergeet gy de eereplaets, waer de aerd' mocht zegepralen; Vlucht gy zelfs Waterloo, dat de eeuwen door zal stralen, Kruip, en sterf slaef!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vaderlandsche poëzy. Deel 3 · Prudens Duyse · Poetry Cove