Skip to content
1840

Vaderlandsche poëzy. Deel 1

Prudens Duyse

De Gentsche vaderbeul. In 1371 werden binnen Gent twee voorname edellieden, vader en zoon, gevangen, omdat zy, als wederspannigen, de wapens tegen hunnen natuerlyken prins hadden gedragen. Graef Lodewijk van Male beloofde het leven aen die den andere 't hoofd zou afslaen. De twee misdadigers werden ter strafuitvoering op de Hoofdbrugge (eigenlijk Onthoofdbrugge) gebracht. Maer als de zoon zich door den vader had laten bewegen om zijn leven te behouden, en het zwaerd ophief, brak het, en kwetste hem- zelven doodelijk. In 1374 werden er op de gemelde brugge twee metalen beelden geplaetst, die den zoon, bereid ten onthalzing zijns vaders, verbeelden: dit gedenkteeken is, met zoo vele andere, onder de fransche geweldenary, in 1799, verdwenen. Adriaen Beyer, pensionnaris van Rotterdam, zegt dat het eertijds in sommige streken van Duitschland en elders de gewoonte was, zoo er meer misdadigers ter dood moesten gebracht worden, den genen hunner die den anderen wilde rechten, genade te schenken. Cannaert, Bydragen tot het lyfstraffelyk recht in Belgie, Gent, 1832, blz. 35, teekent aen dat, waer geen beulen aenwezig waren, de geesseling door een der medeplichtigen moest gebeuren.

In den Messager des Sciences historiques, Gent, 1839, p. 204, vindt men eene plaet naer de schildery, den gentschen Vaderbeul voorstellende en op 't gentsch stadhuis hangende.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vaderlandsche poëzy. Deel 1 · Prudens Duyse · Poetry Cove