Tweede zang.
Nooit trok ik d'onbevlekten degen Dan voor mijn Vaderland en Vorst.
Egmonts woorden tot Alva, by de overgave van zijn degen.
Gewetensdwang, zoude ik u schutten?
Egmont antwoordde aen Margaretha, dat hy nooit de wapens zoude gebruiken tot het invoeren van het pauselijk geloofsonderzoek. Ongelukkiglijk, dat paus Pius V, door Pieter Comajan, bisschop van Ascoli, het gemoed van Filips II altijd daertoe opstookte, terwijl Margaretha den koning tot verzachting der placcaten aendreef. Toen in 1566 geheel den raed van State besloot de ketters te straffen, was Egmont alleen van een ander gedacht. (Beroepen Chron. van Vl. D. II. Bl. 293, 298 en 312).
De Godsdienst zag 't altaer vermorzelen Door 't duivlenheir in ketterschijn.
't Is min algemeen gekend, dat de beeldstorming haren oorsprong uit den raed der fransche ketters nam. (Ib., D. III, bl. 304).
Neen; Alva kan geen maker haten, Geen broeder van het gulden Vlies.
In 1546 waren Egmont en Alva tot ridders dier orde verheven; en over dezen was de koning de eenige bevoegde rechter.
Zou 't stael den schedel-zelv' niet sparen, Die Frankrijk tweemael beven deed?
Celui qui a fait trembler deux fois la France, schreef Frankrijks gezant.
ô Flips, herdenk wat reine wellust Ik aen uw vaderharte schonk, Wen ik een bruid, met kuische lonken, Bracht tot uw zoon, in heil verzonken.
Maria van Engeland.
Cookies on Poetry Cove