Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

IV.

En Alva zwijgt: gelijk verstrooid, Dwaelt over 't voorhoofd, streng geplooid, Zijn sidderende hand: ‘Ga, spreekt hij eindlik, ga in vrêe! De landraed wikke en wege uw beê, En 't heil van Nederland In zijn gerichtschael. Ga, vaerwel!’ Hij rijst, en wenkt ten laetst bevel.

Twee dagen sliep de spaensche wraek, Twee dagen rustte van zijn taek 't Vermoeide beulenrot. Twee dagen lang hoopte Egmonts gâ Voor heuren echtgenoot genâ, En bad, en dankte God, Tot Alvaes zwaerd ontwaekte, en gram Vergoeding voor die ruste nam.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove