Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

IV.

Zoo ons een heilge hoop bedriegt, - Zoo de ondeugd al ons werk verwoestte, En onze hand maer stoppels oegste; - Kind, zoo dit tooverlachjen liegt, Dat u gelijk maekt aen de wichtjens in den hoogen; - Zoo moeder ooit, o Florimond, Den feestdag, toen ge ons wierd gejond Naest mij herdacht met sombren oogen; -

(Verhoede 't God, o liefdepand!) Dan zal ik, eerste mijner zonen, U op den blanken kerkdosch toonen, Bereid door blijde moederhand, - Op 't reinheids-zinnebeeld, dat u eens heeft omhangen, En zwijg, maer wijs het, zuchtend, aen, En manend spreekt de vadertraen: Kind, zoo heeft u de vont ontfangen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove