Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

II.

Meester Trommelstok regeerde Achter hem tot in vijftien. Alomme, waer 't manneken wierd gezien, Was er rumoer: elkeen marcheerde, Lyceumscholier en oorlogsman, Op het rusteloos razende rataplan.

Waterloo verbrak de trommel: Nommer éen kreeg zijn congé, En men stak hem diep, diep in zee Op een eiland, vol golvengerommel, Tot men hem naer zijn oud logist Voerde, niet dood, ofschoon in der kist.

Meester Trommelstok de derde (Of de tweede, 'k en weet het niet juist), Daegde. Dat trommelen, lang al verhuist, Bracht deze weêr, als een konstjen, te berde, Dat, zonder halte of taptoe te slaen, 't Glorievliegertjen op doet gaen.

Ook hernaeide men dezer dagen 't Doodversletene ezelsvel, En rehabiliteerde het spel, Den invaliede tot welbehagen, En tot luste des helds, wien men moed rap schinkt, Als hij jenever met poêr knap drinkt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove