Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

IV.

Hij was voor Frankrijk, na een nacht vol helscher spooken, De morgenstar, blij doorgebroken, Toen hij, na omgeschokten troon, Bestendig moordschavot en Kannibalendansen Dat blij omzwierend, als rechtschapen Vrijheidszoon Opdaegde; ja, van hooger transen Scheen hij gedaeld, terwijl een hemelstrael bleef glansen Rondom zijn voorhoofd tot een kroon.

Hij praelde grootsch, toen hij de fransche vlag deed wiegen Ten Pyramiedenspitse, op zoo 'n doorluchtig strand. De bliksems schenen af te vliegen Op elken wenke zijner hand.

Hij schoot zijn arendsblik in 't hart der stervelingen, Gelijk de zeeklok, diep den afgrond ingedaeld, Om hem een perelschat te ontwringen, Die eens in diademen praelt.

Napoleon, gij dacht: ik zelf, ik schiep mijn daden! Wat glans verdooft mijn oorlogstar? En in uw boezem sloop de trots van Lucifer. De breedste vorstensleep kon zelf u niet verzaden. Al mocht u gantsch Euroop met eeuwgen vloek beladen, Gij wilde een godheid zijn op de aeklige oorlogskar. En u aenbad Parijs, ontschepper en ontzieler! Want klatergoud blonk schoon op 't juk der slavernij. Uw ijzren zool vertrapte in 't bloedig slijk den knieler: Voorwaer, te rechte straftet gij, O landverwoester, rijksverslinder, volksvernieler, Des volks verblinde afgoderij!

Als de engel, die 't gestarnt ten zangchoore eens geleidde, Zoo stortet gij, toen de aerd, van bloed bepurperd, schreidde Ten vaderliken Oppergod. Gij storttet, die 't verderf Europa dóor trompette; Gij storttet, die de vreugd in 't moederhart verplette, En moedertranen hadt bespot.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove