Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

VI.

Dus moedig op!... Neen, laet u niet verbluffen Door 't kwakerig, jaloersch pedantgewoel, Opborlend uit het diepst van hunnen poel, Aen 't formulier der tael geboeid, als nuffen; Altijd aen 't ramlen van proprietas Verborum (iets, dat langer niet te pas En koomt); altijd van zuivren stijl aen 't suffen; Op hunne kniên voor meester Bilderdijk, (Dien dichtstijlist van hun bekrompen rijk) Gelegen, en hem ‘afgods-wierook-dampen,’ Slaefs tegenzwaeiend; altijd aen het kampen Voor 't eigenaerdig taelschoon, altijd snel En scherp en stout napluizend, of er wel Gezond verstand steekt in uw letterspel. Licht zullen zij, van ‘hoogeschool-catheder,’ De schepping uwer goddelike veder Banbliksemen met meesterlik gezag, En u begroeten met den goedendag Der schoolkritiek, die, nietig en vermeten, Hen dagen lang slechts op éen woord doet zweeten.

Laet vrij begaen hun letterklieverij, Hun pedantism, purism en dwinglandij; Dat hunne pen met Despreaux herhale: ‘Eerbiedig immer de aengebeden tale, Hoe los en stout uw veder drijve en draev'!’ Die Despreaux was ook der oudheid slaef.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove