Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

IV.

Maer allen juichen, die, als de eerste christenvaderen, God huldigden in hem, die God verkondde aen de aerd. En, als de vijgeboom, met frisch ontplooiden bladeren, Aen milde vruchten rijk, zich hieven, Christus waerd.

Ik zie die zaligen: de deugd blinkt op hun wezen. Sprak zielverrukking daer in 't halleluiah niet?... Geen spooken meer: ze zijn verzwonden... Het gebied Der nacht bezweek; het licht regeert... Blink, onvolprezen Zielsheiland! Die u mint, is boven 't graf gerezen, En 't christenhart verkeert bij hem in eeuwig lied.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove