Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

IV.

Geen nacht kan mijn geloof verzwelgen, Geen storm ontankeren mijn hoop, Geen dood mijn liefdevlam verdelgen, Schoon hij mijn leemen hutte sloop'; Geen kluister kan mijn vaert beteugelen: De erkentnis leent me vrije vleugelen, En 'k stijg tot God, als Godes kind, Aen stof en sterflikheid ontrezen: De liefde moet onsterflik wezen, Als zij den Eeuwige bemint.

O Vader in de vreugd en smarte, Ik vond u niet met mijn verstand; Ik vond u enkel met een harte, Dat allen twijfel stout verbant. Ja, in uw schoonheid, Ongeboren, In uw bermhartigheid verloren, Versmelt ik in gebed en lof, En stappe, los van menschenketen, Met uwer wet in mijn geweten, En boven 't hoofd uw starrenhof.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove